Misschien begint elke zin met het onderwerp. Zijn de zinnen te lang, waardoor je buiten adem raakt als je ze hardop leest. Of juist te kort, wat een staccato-effect geeft. Of is het niet duidelijk wát de auteur precies wil zeggen. Of is het taalgebruik te wollig of ingewikkeld.

Ik kijk met een frisse blik naar een artikel en zie snel hoe zinnen beter, puntiger of mooier kunnen. Uiteraard met respect voor de oorspronkelijke tekst.

Namen en sites checken? Dat heeft de journalist toch allang gedaan? Nou nee… (lang) niet altijd. Soms ontbreekt daar simpelweg de tijd voor of sluipen er toch slordigheden in de tekst.

Nauwkeurig, grondig en snel. Ik rust niet voordat alle streepjes op e’s staan, acteur Nasrdin Dchar zijn naam deze keer wél goed terugleest en alle dubbele spaties uit de tekst zijn verdwenen.

Het kan zeker anders. Hier let ik bijvoorbeeld tijdens het redigeren op:

  • Is de invalshoek helder en in een paar zinnen samen te vatten? Wat wil de journalist precies zeggen?
  • Is de opbouw logisch, met een sterke opening, aantrekkelijk middenstuk en pakkend slot? Blijft het verhaal boeien, van de eerste tot de laatste zin?
  • Heeft de schrijver niet te veel omwegen, lange zinnen en gewichtige woorden nodig, waardoor de aandacht verslapt?
  • Zijn de voorbeelden mooi ingekleurd en niet te algemeen of afstandelijk?

Neem het verschil tussen deze twee zinnen:

‘Bij ons thuis is het altijd heel gezellig.’

en

‘Elke zondagochtend bakken we met z’n allen cupcakes. Die brengen we daarna samen rond bij vrienden en familie.’

Een van de allerbelangrijkste dingen: de tone of voice. Ik kan me goed inleven in een doelgroep en heb de toon van een tijdschrift of andere publicatie snel te pakken. Daarmee kan ik een tekst net dat specifieke sausje geven en een pakkend intro schrijven. De tijdschriften waarvoor ik werk zijn heel uiteenlopend qua doelgroep en toon.

Ik buig me graag over een mooie, gekke, pakkende of ontroerende kop en lever moeiteloos meerdere opties aan. Instapmomenten in een tekst zijn heel belangrijk. Daarom besteed ik veel aandacht aan het intro, de streamers en de tussenkopjes. Pas met al deze elementen is een tekst klaar om naar de vormgeving te gaan.

Marije van der Haar-Peters

Opdrachtgevers onder andere:

Flow

Know How

Ouders van Nu

Flair

ANBO Magazine

MAX Magazine

Uitgeverij Nanda